Liefde voor het dialect 3: Van dialect kun je smullen
(Arne Sierens)
DE STANDAARD 8 JUNI 2006

- In welke taal droomt u: dialect of AN?

,,Ik stel me daar geen vragen over. Volgens mij is het verkeerd ze in twee kampen te steken. Dat getuigt van een heel rechts denken. Het is bovendien denigrerend tegenover dialect. Een mens bestaat uit lagen. Mijn taal is als een diamant: ze is elk ogenblik anders. Ik switch voortdurend. Er zijn veel manieren om je uit te drukken. Je spreekt anders tegen je partner, je kind, je baas of je vrienden in het café.”

- Hebt u het dialect thuis meegekregen?

,,We hadden thuis een mengtaal. Mijn vader was een beetje een intellectueel, maar we woonden in een volksbuurt. Hij was zeer progressief en liet ons de twee mogelijkheden. Hij wist dat we AN nodig hadden zodat we ons overal verstaanbaar zouden kunnen maken. Maar hij zag ook in dat het dialect een voedingsbodem was. Het is een soort oertaal. Het Gents heeft vervoegingen die teruggaan tot de Middeleeuwen. Daarmee vergeleken is het AN een verschraling.”

- Put u voor uw toneelteksten uit het dialect?

,,Niet zozeer uit de taal, maar uit de mensen die ze uitspreken. Net zoals bij een liedje, moet ik kunnen zien wie iets zegt en hoe hij dat doet. Het gaat me om de totaliteit van een verschijning. Ik heb daaruit een taal ontwikkeld die dicht bij me ligt. Dat heeft te maken met cadans, met pitch, met kleur. Het moet levend zijn. Authentiek. Er zijn mensen die dat ervaren als dialect. Maar dat is niet zo. Het is artificieel en staat veraf van de straat. Het is zelfs geen Gents meer. Ik heb ondertussen vaak met acteurs uit West-Vlaanderen en Antwerpen gewerkt en dat heeft zijn weerslag op mijn teksten. Ik hoor van de acteurs dat iets moeilijk is om te zeggen. Een stuk van mij is moeilijker dan een van Sophocles. Het zijn vrije verzen, maar het moet wel exact in die snelheid en met die cadans, of het werkt niet.”

- Wanneer gebruikt u dialect?

,,Voortdurend. Met mijn familie, in de buurt, tegen kennissen, op café. Als ik repeteer, switch ik voortdurend, naargelang wat ik nodig heb om iets goed uit te drukken. De ene keer is het 'vork', de andere keer 'fourchette' . Ook tegen mijn dochtertje gebruik ik de twee door elkaar. Het is belangrijk dat ze daar ook mee kan gaan spelen.”

,,Als je kunst schrijft in het AN, zet je jezelf buitenspel. Dat weet ik niet alleen van mezelf, maar dat zie je in de theaterliteratuur van de voorbije vijftig jaar. De pogingen om je af te snijden van die dialectlaag, dat is de dood van het toneelschrijverij geweest.”

 

- Hebt u dan geen ondertitels nodig bij sommige tv-programma's?

 

,,Ik vind ze vreselijk. Ze zijn een verarming. Sommige AN-sprekers versta ik ook niet altijd even goed. Omdat ze neuzelen. Of lispelen. Die ondertitels verraden vooral veel angst dat men iets niet zou begrijpen.”

 

- Op welk vlak geeft het dialect surpluswaarde bij het formuleren?

 

,,Het heeft meer kleur en leven. Het dialect blijft het geheugen van de mensen. Het is een vergaarbak, waarin nog woorden zitten die elders al verdwenen zijn. Dialect heeft iets rebels, omdat het dat beschaafde niet in zich heeft. Het is grilliger, je kunt ervan smullen. Dialecten evolueren ook. Het dialect van tien jaar geleden is helemaal anders dan dat van vijftig jaar geleden. In het Gents van nu sluipen verbasteringen van het Engels binnen.”

 

- Wat is het mooiste dialectwoord?

 

,,Ik maak die opdeling niet. Maar ik ken wel wat mooie woorden. Het woord 'wolkenkrabber' heeft wel iets poëtisch. Ik vind het ook leuk dat iemand nieuwe woorden uitvindt. Bijvoorbeeld dat Dimitri Verhulst het heeft over de 'helaasheid der dingen'. Het is goed dat de taal creatief blijft. En een mooi woord uit de vergaarbak is zonder meer 'preutekoeler' . Dat is Gents voor drempel. Het is de plek waar vrouwen tijdens hete zomerdagen afkoeling vonden voor zeer intieme lichaamsdelen.”