De tijd dat het dialect in de ban gedaan werd als tegenhanger van “beschaafd Nederlands”, ligt ver achter ons. Streektalen en regionale accenten worden gekoesterd als “immaterieel erfgoed”, als levende monumenten. De revival vertaalt zich onder meer in het succes van dialectwoordenboeken, een tiendaagse Weik van 't Brussels en de onstuitbare opkomst van dialect bij de nieuwe kleinkunstgeneratie.
Volgend weekend vindt de eerste aflevering plaats van de Dialectendag, waar vijftien dialectverenigingen aan deelnemen. In de aanloop naar deze studiedag in Lokeren vroegen we vijf notoire dialectsprekers wat hun affiniteit met streektaal is.
- Op welke manier zit het dialect in uw genen?
We woonden aanvankelijk op Helmet , een wijk in Schaarbeek. Daarna is onze familie verhuisd naar Nederland. Bij onze terugkeer, ik was toen zes jaar, spraken we begrijpelijkerwijs Hollands. Het Leuvens dialect was strikt verboden. Mijn moeder schaamde zich voor alles wat naar het dialect zweemde. Behalve voor het Brussels. Thuis was het de taal van feesten en plezier. De meest bizarre verhalen werden bij die gelegenheden in het platste Brussels voorgedragen. De regionale programma's op de radio vonden we flauw, behalve als het Ketje aan de beurt was.
- Wanneer spreekt u nog dialect?
Het gebeurt wel eens. Ik heb meegewerkt aan cabaretavonden in Brussel en toen ontdekt dat je werkelijk alles in het dialect kunt zeggen. Met de burgemeester van Brussel spreek ik Brussels. Maar ook met familie, met de visboer.
Hoewel ik op de grens woon van Etterbeek en Sint-Jans-Molenbeek (Franstaliger bestaat haast niet) is het de normaalste zaak van de wereld. Onlangs ging ik met mijn zwager in het publiek in debat over Brussel. Het was een rare oefening, zeker omdat woorden als 'ruimtelijke ordening' of 'sociale zekerheid' niet voorkomen in om het even welk dialect. Maar het ging onverwacht vlot.
Het Brussels was ooit de lingua franca van de stad. De 19de-eeuwse burgemeester Jules Anspach, die uit de Franse burgerij stamde, kende de taal. Brussel heeft daarna veel over zijn kop gekregen. Het is jammer dat je het echte Brusselse dialect niet zo vaak meer hoort. Al is het niet verdwenen: je hoeft niet eens hard te krabben aan de bovenste laag om het terug te vinden.
- Aan welke dialecten hebt u een hekel?
Aan geen enkel. Ik heb een boon voor het Gents, met zijn klank, zijn uitdrukkingen, zijn humor. Maar hoor ook hoe mooi Wannes Van de Velde het Antwerps gebruikt, of Ramsey Nasr.
Je kunt alles zeggen in het dialect, het mooiste en het tederste. Streektalen moeten een voedingsbodem blijven voor het Algemeen Nederlands. Dialecten zijn krachtig, vooral in de zegswijzen. Van een verfrommeld hemd zeggen: het komt uit het gat van een koei: dat is toch prachtig?
Voor nieuwe begrippen lenen we nu woorden, vooral uit het Engels. Het is een vorm van luiheid en onderworpenheid. Als het zebrapad vandaag moest worden uitgevonden, zou het een Engelse term hebben.
- Zou u een tv-programma als ‘Man bijt hond’ begrijpen zonder ondertitels?
Je hebt in alle dialecten mensen die vlot of minder vlot spreken. Daar is niets op tegen. Ondertiteling is ergerlijk en overbodig. Ze duikt op in alle Nederlandstalige programma's, hoewel je Baantjer niet meteen plat Amsterdams kunt noemen.
- Moeten dialecten gered worden?
Het is al een godswonder dat de dialecten nog zo levendig zijn gebleven. In andere landen is dat niet zo. Brussels stond sterk onder de invloed van het Frans, de schooltaal. Nu merk je dat het AN eroverheen is gegaan, en het BRT-Nederlands. En de toekomst? Mijn kinderen spreken geen dialecten, maar ze begrijpen ze wel. Ze hebben ze leren kennen aan de universiteit, waar mensen uit alle provincies neerstrijken.
Zelf ben ik op school fanatiek lid geweest van een ABN-kern, een club voor 'Algemeen Beschaafd Nederlands'. Achteraf gezien was dat een ramp. Het ging ten koste van het echte Nederlands. In de plaats is het slappe, pretentieuze verkavelings-Vlaams gekomen, een lui en uitdrukkingsloos taaltje.
- Wat is het mooist dialectwoord?
Voor mij is dat smosjteren of kliederen, en alle varianten daarop. Pasjteren, het kneden van een brei. En dasjteren, kapotmaken.
Geert Van Istendael (58) is voormalig VRT-journalist, dichter en essayist. Hij schreef het muziektheaterstuk “Ket'' waarin Brussel een hoofdrol speelt en was een graag geziene gast bij de Brusselse cabaretavonden van “’t Werm Woeter” (‘t Warm Water).