Eten met vork en fourchette
Het Nieuwsblad 10 juni 2006

 

Theatermaker Arne Sierens (Oost-Vlaanderen)

 

"Mijn taal is als een diamant: ze is elk ogenblik anders. Ik switch voortdurend. Je spreekt anders tegen je partner, je kind, je baas, je vrienden in het café en een journalist. Er zijn onwaarschijnlijk veel tussentalen. Dat is een spannend mechanisme waaruit ik graag put. Thuis hadden we een mengtaal. Mijn vader was een beetje een intellectueel, maar we woonden in een volksbuurt. Hij was zeer progressief en liet ons de twee mogelijkheden. Hij wist dat we AN nodig hadden zodat we ons overal verstaanbaar konden maken. Maar hij zag ook in dat het dialect een permanente voedingsbodem was. Het is een soort oertaal."

 

"In het Gentse dialect zitten vervoegingen die teruggaan tot de Middeleeuwen. Daarmee vergeleken is het AN een regelrechte verschraling.Ik heb vaak met acteurs uit West-Vlaanderen en Antwerpen gewerkt, en dat heeft zijn weerslag op mijn teksten.Als ik repeteer, switch ik voortdurend, naargelang wat ik nodig heb om iets uit te drukken. De ene keer is het 'vork', de andere keer 'fourchette'. Ook tegen mijn dochtertje gebruik ik de twee door elkaar."

 

"Het dialect blijft het geheugen van de mensen. Het is een vergaarbak, waarin nog woorden zitten die elders al verdwenen zijn. Dialect heeft iets rebels, omdat het dat beschaafde niet in zich heeft. Het is grilliger, je kunt er van smullen. Dialecten evolueren ook. Het dialect van tien jaar geleden is helemaal anders dan dat van vijftig jaar geleden. In het Gents van nu sluipen verbasteringen van het Engels binnen. Het is goed dat de taal creatief blijft. En een mooi woord uit de vergaarbak is zonder meer preutekoeler'. Dat is Gents voor drempel. Het is de plek waar vrouwen tijdens hete zomerdagen afkoeling vonden voor zeer intieme lichaamsdelen." (GSE)